Inzichten
11 minuten leestijd- In een projectorganisatie houdt een standaard winst- en verliesrekening geen rekening met de loonkosten van je projectmedewerkers in de kostprijs. Daardoor zie je een bruto marge van 65% terwijl die in werkelijkheid krap 30% is. De maandrapportage in een projectorganisatie moet er anders uit zien.
- Een project kan er goed uitzien op papier, terwijl de organisatie als geheel te weinig productieve uren draait om de loonkosten te dekken. Werk met drie margeniveaus en zie waar je op moet sturen.
- Door per productief uur een vast bedrag aan loonkosten toe te rekenen aan projecten, bouw je een dekking op. Aan het eind van de maand leg je die dekking naast de werkelijke loonkosten. Het verschil vertelt je direct of je een capaciteitsprobleem hebt, zonder dat je hoeft te wachten op de jaarrekening.
Je draait projecten, haalt omzet, betaalt je mensen. En elke maand kijk je naar een rapportage die je eigenlijk niks vertelt.
Totale omzet. Totale kosten. De bruto marge die alleen rekening houdt met de inkopen die je hebt gedaan en het werk dat derden hebben uitgevoerd. En je ziet het resultaat onder aan de streep.
Wat is je gemiddelde projectmarge? Heb je voldoende werk? Welk project loopt goed? Welk project slokt je marge op? Ga je over drie maanden een liquiditeitsprobleem krijgen? Je rapportage geeft geen antwoord op die vragen. En de cijfers in jouw jaarrekening ook niet. Want die is niet gemaakt voor een projectorganisatie.
Als je een bouwbedrijf, installatiebedrijf of een andere projectgedreven onderneming runt met een omzet tussen de 500.000 en een paar miljoen, herken je dit waarschijnlijk. Je stuurt op gevoel. Op ervaring. Op wat je op de bouwplaats ziet.
Dat werkte in het begin best goed. Tot het niet meer werkt. Omdat je te groot wordt, projecten complexer worden en je teveel projecten tegelijk uitvoert.
Financieel sturen in een projectorganisatie vraagt een andere aanpak dan in een ander bedrijf. In dit artikel leg ik je uit wat er mis gaat, wat het je kost en hoe je het oplost.
Inhoudsopgave
Het probleem: een financieel rapportagemodel gebouwd voor handel, niet voor projecten
Een reguliere winst- en verliesrekening is gebouwd op één aanname: omzet is omzet, en de kostprijs bestaat uit alle directe kosten die je maakt om deze omzet te realiseren. Samen geven ze je de bruto marge. Voor een winkel die producten inkoopt en verkoopt klopt dat. De kostprijs van een verkochte jas is de inkoopprijs van die jas. Heel simpel en overzichtelijk.
Maar voor een projectorganisatie klopt dat model niet en het je dus een andere maandrapportage nodig. Jouw “product” is geen fysiek artikel met een inkoopprijs. Jouw product is het resultaat van uren werk, uitgevoerd door vakmensen die op jouw loonlijst staan. Naast het overheadpersoneel, denk aan directie, administratie, HR en sales, heb je een groot aantal medewerkers in dienst die dagelijks op projecten werken.
Zonder hun inzet is er geen omzet. Toch verschijnen hun loonkosten in een standaard winst- en verliesrekening vaak pas ergens halverwege, tussen de overige bedrijfskosten. Het gevolg: je bruto marge ziet er op papier spectaculair uit, terwijl de werkelijkheid een stuk genuanceerder is dan dat. Jouw werkelijke projectmarge komt waarschijnlijk niet in de buurt bij het cijfer dat je ziet op jouw jaarrekening.

Wat er misgaat in de maandrapportage bij een projectorganisatie
Stel, je runt een installatiebedrijf. In een bepaalde maand zien de cijfers er als volgt uit:
Standaard winst- en verliesrekening:
| Bedrag | |
| Omzet | € 500.000 |
| Kostprijs (materialen, onderaannemers) | € 175.000 |
| Bruto marge | € 325.000 (65%) |
| Personeelskosten | € 240.000 |
| Overige bedrijfskosten | € 55.000 |
| Netto resultaat | € 30.000 (6%) |
Op het eerste gezicht heb je een bruto marge van 65%. Dat klinkt gezond, zelfs indrukwekkend. Maar die 65% vertelt je niets bruikbaars. Van die € 240.000 aan personeelskosten is namelijk een groot deel direct toe te wijzen aan projecten. Laten we zeggen dat van de 30 medewerkers er 22 op projecten werken en 8 op kantoor zitten.
Als je die uitsplitsing maakt, verandert het beeld drastisch:
| Bedrag | |
| Personeelskosten totaal | € 240.000 |
| Waarvan projectpersoneel (22 medewerkers) | € 176.000 |
| Waarvan overhead (8 medewerkers) | € 64.000 |
Nu kun je een eerlijker plaatje maken.
De gecorrigeerde weergave: goede maandrapportage voor een projectorganisatie
Aangepaste winst- en verliesrekening voor projectorganisaties:
| Bedrag | |
| Omzet | € 500.000 |
| Directe materiaalkosten | € 125.000 |
| Onderaannemers | € 50.000 |
| Directe personeelskosten (projectmedewerkers) | € 176.000 |
| Werkelijke bruto marge | € 149.000 (29,8%) |
| Overhead personeelskosten | € 64.000 |
| Overige bedrijfskosten | € 55.000 |
| Netto resultaat | € 30.000 (6%) |
Het nettoresultaat is identiek, er is niets veranderd aan de werkelijkheid. Maar de bruto marge is gezakt van 65% naar krap 30%. En dat is het getal waar je op moet sturen. Want die 30% is wat er overblijft om je kantoor te betalen, je overhead te dekken, te investeren en winst te maken.
Waarom dit verschil qua rapportage ertoe doet
Het verschil tussen 65% en 30% bruto marge is niet cosmetisch. Het heeft directe gevolgen voor de manier waarop je beslissingen neemt.
Projectbeoordeling wordt onbetrouwbaar. Als je alleen naar materiaalkosten kijkt bij het calculeren van een project, lijkt bijna elk project winstgevend. Pas wanneer je de uren van je eigen mensen meeneemt, zie je welke projecten daadwerkelijk bijdragen aan je resultaat en welke stilletjes je marge opeten.
Capaciteitsbeslissingen worden blinde vlekken. Neem je een extra monteur aan of niet? In het standaardmodel is dat gewoon “meer personeelskosten.” In een gecorrigeerd model kun je berekenen hoeveel declarabele uren die persoon moet draaien om zichzelf terug te verdienen en of je daar voldoende werk voor hebt.
Benchmarking wordt misleidend. Vergelijk je jouw 65% bruto marge met een concurrent die wél personeelskosten in de kostprijs meeneemt en op 32% uitkomt, dan trek je de verkeerde conclusies. Je denkt dat je het veel beter doet, terwijl jullie mogelijk op exact hetzelfde niveau zitten.
Aanbeveling: pas je rapportagestructuur aan
Voor projectorganisaties adviseer ik een maandelijkse winst- en verliesrekening die werkt met drie margeniveaus in plaats van het traditionele model zoals je die ziet in je jaarrekening.
Niveau 1 — Projectmarge per project. Per project tel je alle directe kosten bij elkaar op: materialen, onderaannemers, inhuur én de toegerekende uren van eigen personeel. Die uren reken je toe op basis van een intern kostprijstarief. Stel dat het kostprijstarief van een monteur € 60 per uur is, en de directe looncomponent daarbinnen € 37,50 bedraagt. Elke keer dat die monteur een productief uur op een project boekt, neem je die € 37,50 op als directe projectkosten. Zo bouw je per project een dekking op voor de loonkosten van je directe medewerkers. Het verschil tussen de projectomzet en al deze directe kosten — materialen, onderaannemers én toegerekende uren — is je projectmarge. Dit is de marge die je projectleiders moeten bewaken.
Niveau 2 — Bruto marge op bedrijfsniveau. Hier wordt het interessant. De projectmarges uit Niveau 1 zijn gebaseerd op toegerekende uren — op een aanname dus. In Niveau 2 confronteer je die aanname met de werkelijkheid. Je telt alle dekking op die je via de projecten hebt opgebouwd en zet die af tegen de werkelijke loonkosten van je directe medewerkers.
Stel dat je in een maand in totaal 4.000 productieve uren op projecten hebt geboekt, tegen € 37,50 per uur. Dan heb je een totale dekking opgebouwd van € 150.000. Maar de werkelijke loonkosten van je 22 projectmedewerkers bedragen die maand € 165.000. Het verschil van € 15.000 is je onderdekking.
| Bedrag | |
| Opgebouwde dekking (4.000 uur × € 37,50) | € 150.000 |
| Werkelijke loonkosten direct personeel | € 165.000 |
| Onderdekking | – € 15.000 |
Die onderdekking is een signaal. Het betekent dat je projectmedewerkers niet genoeg productieve uren draaien om hun eigen loonkosten te dekken. De oorzaak kan verschillend zijn: te weinig werk in de pijplijn, te veel niet-declarabele uren door ziekte of opleiding, of een intern uurtarief dat te laag is vastgesteld. Maar het signaal is altijd hetzelfde: er is een capaciteitsprobleem dat aandacht vraagt.
Het omgekeerde kan ook. Als je medewerkers meer productieve uren draaien dan verwacht, ontstaat er een overdekking. Je hebt dan meer loonkosten gedekt via projecten dan je daadwerkelijk kwijt bent. Dat klinkt positief, en dat is het vaak ook, maar het kan ook betekenen dat je mensen structureel overbelast of dat je intern tarief te hoog is, wat je offertes onnodig duur maakt.
De bruto marge op bedrijfsniveau is dus de som van alle projectmarges, gecorrigeerd voor de onder- of overdekking op loonkosten. Dit is het getal waar de directie op stuurt, omdat het laat zien wat de organisatie werkelijk overhoudt aan het uitvoerend werk.
Niveau 3 — Nettoresultaat. Na aftrek van alle overheadkosten: kantoorpersoneel, huisvesting, ICT, verzekeringen, afschrijvingen en overige bedrijfskosten. Dit is je uiteindelijke winst.
In schema:
| Niveau | Wat het laat zien | Wie erop stuurt |
| Projectmarge | Winstgevendheid per project | Projectleiders |
| Bruto marge (incl. dekking) | Productiviteit van de organisatie | Directie / MT |
| Nettoresultaat | Winstgevendheid van het bedrijf | Directie / aandeelhouders |
De kern
Een standaard winst- en verliesrekening is ontworpen voor bedrijven waar de kostprijs in de voorraad zit. Bij een projectorganisatie zit de kostprijs vooral in de mensen. Zolang je rapportage dat onderscheid niet maakt, kijk je naar een vertekend beeld en neem je beslissingen op basis van marges die in werkelijkheid niet bestaan. Door te werken met een dekkingensysteem maak je de brug tussen wat je projecten opleveren en wat je mensen daadwerkelijk kosten. Pas dan zie je waar je organisatie echt staat.
Een goede managementrapportage is de basis voor om jouw winst te verhogen. Lees hier meer over in mijn de complete gids.
Van inzicht naar actie: je maandrapportage voor projecten verbeteren
Met de juiste rapportagestructuur en het dekkingenmechanisme heb je de basis gelegd om te zien wat je projecten werkelijk opleveren. Maar er is meer nodig om financieel te sturen in een projectorganisatie.
Want er zijn twee problemen die ook met een gecorrigeerde winst- en verliesrekening niet worden opgelost: termijnfacturering en onderhanden werk.
Je factureert in termijnen. Een eerste termijn bij de start, een tweede halverwege, een slottermijn bij oplevering. Die termijnen zijn betaalafspraken met je klant, geen weerspiegeling van hoeveel werk er al is verricht. Factureer je 60% bij de start, dan lijkt je bedrijf die maand enorm winstgevend. De maand daarna, als je ploeg volop aan het werk is maar er niks gefactureerd wordt, lijkt het alsof je verlies draait. Je maandrapportage schommelt alle kanten op, terwijl er in werkelijkheid gewoon projecten lopen die volgens plan verlopen.
Daarnaast ontbreekt in de meeste projectorganisaties een maandelijkse berekening van het onderhanden werk. Dat is het verschil tussen wat je al hebt verdiend en wat je al hebt gefactureerd, of andersom. Zonder die correctie weet je niet wat je in een periode werkelijk hebt gerealiseerd. De meeste bedrijven laten dit één keer per jaar berekenen door de accountant, bij de jaarrekening. Dat is te laat om nog bij te sturen.
Wie zijn maandrapportage voor projecten wil verbeteren, moet dus verder gaan dan alleen de rapportagestructuur aanpassen. Het vraagt om een maandelijkse routine: onderhanden werk berekenen, dekkingsgraden bewaken en per project de voortgang, de nog te maken kosten en het verwachte eindresultaat vaststellen.
Hoe je dat concreet inricht, inclusief de POC-methode, de zes vragen die je elke maand moet beantwoorden en de dekkingsgraden die je moet bewaken, beschrijf ik in ander blog: Financieel sturen in een projectorganisatie: van termijnfacturen naar werkelijk resultaat.
Veelgestelde vragen
Waarom werkt een standaard winst- en verliesrekening niet voor een projectorganisatie?
Een standaard winst- en verliesrekening is gebouwd voor bedrijven die producten inkopen en verkopen. De kostprijs bestaat daar uit de inkoopwaarde. In een projectorganisatie zit de kostprijs vooral in de uren van je eigen mensen. Omdat die loonkosten in een standaard rapportage niet in de kostprijs worden meegenomen, is de bruto marge die je ziet veel te hoog. Je neemt beslissingen op basis van een getal dat de werkelijkheid niet weerspiegelt.
Wat is het verschil tussen een standaard maandrapportage en een maandrapportage voor een projectorganisatie?
Een standaard maandrapportage toont omzet, kostprijs (meestal alleen materialen en onderaannemers) en een bruto marge. Een maandrapportage die is ingericht voor een projectorganisatie voegt daar een essentiële laag aan toe: de directe loonkosten van projectmedewerkers worden toegerekend aan projecten via een dekkingstarief. Daardoor wordt zichtbaar wat projecten werkelijk opleveren en of de organisatie haar capaciteit goed benut.
Wat is een dekkingenmechanisme en hoe werkt het?
Bij een dekkingenmechanisme reken je per productief uur een vast bedrag aan loonkosten toe aan het project waarop dat uur geboekt wordt. Stel dat de looncomponent in je kostprijstarief € 37,50 per uur is. Elke keer dat een medewerker een uur op een project boekt, bouw je € 37,50 aan dekking op. Aan het eind van de maand vergelijk je de totale opgebouwde dekking met de werkelijke loonkosten. Het verschil is je onder- of overdekking en vertelt je direct of er een capaciteitsprobleem is.
Wat is onderdekking en wat betekent dat voor mijn bedrijf?
Onderdekking ontstaat wanneer de totale dekking die je via projecten hebt opgebouwd lager is dan de werkelijke loonkosten van je directe medewerkers. Dat betekent dat je mensen niet genoeg productieve uren op projecten draaien om hun eigen loonkosten te dekken. De oorzaak kan te weinig werk zijn, te veel niet-declarabele uren of een intern uurtarief dat te laag is vastgesteld. Een structurele onderdekking is een capaciteitsprobleem dat direct aandacht vraagt.
Hoe vaak moet ik de maandrapportage van mijn projectorganisatie opstellen?
Elke maand. Veel projectorganisaties laten hun onderhanden werk en projectresultaten pas berekenen bij de jaarrekening. Dat is te laat om bij te sturen. Een maandelijkse rapportage geeft je de mogelijkheid om verlieslatende projecten tijdig te signaleren, de productiviteit van je team te bewaken en liquiditeitsproblemen te voorkomen.
